Nieuw boek Uit één draad gesponnen – De Tilburgse familie van textielfabrikanten Van den Bergh
Door Frank de Jong 30 september 2026
Wie waren de mensen achter BeKa en AaBe? Frank de Jong volgt de familie Van den Bergh, van een volmolen aan het Galgeven tot de fabrieken waarin honderden Tilburgers hun brood verdienden. Brieven, dagboeken en familieverhalen laten zien hoe ondernemingszin een familie groot maakte, maar hoe bezit en rivaliteit twee broers tegenover elkaar brachten. De oorlog stelde hun keuzes in een ander licht; de sporen van hun levens zijn nog altijd terug te vinden in de stad en het landschap.
Wie door Tilburg loopt, komt de textielindustrie nog altijd tegen. Een oude fabriekshal, een arbeiderswoning, een schoorsteen. Twee namen springen eruit: AaBe en BeKa.
Auteur Frank de Jong kende die namen natuurlijk, maar vroeg zich af wie erachter schuilgingen. Niet alleen welke ondernemingen het waren, maar ook welke mensen ze hadden opgebouwd, hoe zij leefden en hoe hun geschiedenis verweven raakte met die van Tilburg. Zo kwam hij bij de familie Van den Bergh terecht.
Wat begon als onderzoek naar een fabrikantenfamilie, werd gaandeweg ook een geschiedenis van Tilburg: van een wereld van wind, water en ambacht naar een industriestad van stoommachines, fabrieksschoorstenen en duizenden arbeiders. De geschiedenis van de familie speelde zich bovendien niet alleen in de stad af. Ook het Galgeven, Moergestel, boerderijen, villa’s en vennen maakten er deel van uit.
Van molen naar fabriek
De geschiedenis voert terug naar Frederik van den Bergh. Bij het Galgeven werkte hij op een volmolen, die hij later kocht. De productie was afhankelijk van water en wind.
De familiegeschiedenis laat daarmee een ontwikkeling zien van natuurkracht naar machinekracht, van molen naar fabriek. Met die ontwikkeling veranderde ook Tilburg. Fabrieken namen steeds meer ruimte in, schoorstenen verschenen boven de huizen en arbeiders liepen op vaste tijden naar hun werk.
Een krant beschreef Tilburg in 1907 bijna als één groot industrieel landschap. De schrijver zag tijdens de middagpauze jonge arbeidsters met “vale kaken en holle ogen”. De wolindustrie betekende voor de één vooruitgang en inkomen, voor de ander lange werkdagen en afhankelijkheid van de baas.
Niet alleen de fabrikanten
Tijdens het onderzoek van De Jong werd duidelijk hoe gemakkelijk de arbeiders uit beeld verdwijnen. Familiebedrijven laten vooral de sporen van hun eigenaren na: brieven, contracten en aktes.
Soms verschijnt toch iemand van de werkvloer. Miet van Puijenbroek bijvoorbeeld. Haar vader was wever, haar moeder stopster. Zelf werkte ze voor de oorlog korte tijd bij BeKa en kwam ze in 1945 als hoofdstopster bij L.E. van den Bergh. Later werd ze gemeenteraadslid en wethouder van Sociale Zaken. Ook speelde ze een belangrijke rol bij het bewaren van het Tilburgse textielverleden en de ontwikkeling van het Textielmuseum. Zulke levens maken duidelijk dat textielgeschiedenis meer is dan een verzameling fabrieksnamen.
Ook binnen de bedrijven liepen familie- en arbeidsverhoudingen door elkaar. In 1943 schreef meesterknecht C.J. van de Wouw een brief van acht kantjes aan Frits van den Bergh over een conflict met een collega. Tussen zijn klachten noteerde hij een veelzeggende uitspraak over Frits: “Frits is geen fabrikant.” Vier woorden die iets laten zien van de spanningen tussen de broers Frits en Dolf, die blijkbaar ook op de werkvloer werden gevoeld.
Zorg en gezag
De verhouding tussen fabrikant en arbeider was complex. In herinneringen aan AaBe komt Dolf van den Bergh naar voren als een afstandelijke en gezaghebbende directeur. Tegelijk besteedde AaBe onder zijn zoon Gijs veel aandacht aan het welzijn van het personeel.
Er was een medische dienst en maatschappelijk werk. Jonge werknemers kregen gymnastiek en melk. Het bedrijf bood mogelijkheden voor sport, studie en ontspanning. Ook het Galgeven stond open voor publiek en het personeel kon bij De Buunder vissen. Dat kan tegenwoordig paternalistisch overkomen: de werkgever bepaalde in hoge mate wat goed was voor zijn mensen. Tegelijk boden zulke voorzieningen werknemers meer zekerheid dan in de negentiende eeuw, toen zij bij ziekte, ouderdom of een ongeluk veel minder konden terugvallen.
Buiten de fabriekspoort
De invloed van de familie hield niet op bij de fabriek. Ook het landschap rond Tilburg werd door de textielindustrie beïnvloed. De Tilburgse fabrieken vervuilden de beken rond de stad. In 1884 beschreven provinciale ingenieurs het water van de Voorste Stroom als blauwzwart, met vetlagen en een ondraaglijke stank.
Een plan om vloeivelden aan te leggen bij het Galgeven en Baksven, die tot het bezit van de familie Van den Bergh behoorden, leidde tot verzet van Frits en Dolf van den Bergh. Uiteindelijk ging het plan niet door en kwam de waterzuivering op de huidige locatie bij Moerenburg. Ook dat is textielgeschiedenis: de fabriek eindigde niet bij de poort.
Toen het stil werd
Uiteindelijk verdwenen de machines. Bij L.E. van den Bergh stopte de productie in de jaren zestig. AaBe hield het langer vol, maar ook daar kwam in 1996 een einde aan de productie.
Daarna veranderde de stad. Machines werden verkocht, gebouwen gesloopt of herbestemd en op plekken waar ooit arbeiders de fabriekspoorten binnengingen, kwamen woningen en winkels.
In de voormalige AaBe-fabriek werden later zelfs dozen met beschadigde en beschimmelde archiefstukken gevonden. De industrie was verdwenen, maar delen van haar geheugen lagen nog in het gebouw. Dat beeld bleef hangen.
Want veel van de Tilburgse textielindustrie is weg, maar niet alles. Namen bleven bestaan, gebouwen kregen een tweede leven en verhalen bleven bewaard in families en archieven.
Zelf begon De Jong met twee namen op Tilburgse schoorstenen. Daarachter bleek een geschiedenis te liggen die zich uitstrekte van een molen aan het Galgeven tot de fabriekshallen van BeKa en AaBe; van fabrikanten tot stopsters en wevers; van directiekamers tot boerderijen en vennen.
Dat is voor hem de kern van Uit één draad gesponnen: het verhaal van een familie die bijna anderhalve eeuw met Tilburg en zijn omgeving verweven raakte — en daarmee ook het verhaal van een stad die door de textiel werd gevormd en daarna moest leren leven zonder haar.
Uit één draad gesponnen – De Tilburgse familie van textielfabrikanten Van den Bergh van Frank de Jong verscheen in 2026 bij Uitgeverij Ypelaer. Het boek is verkrijgbaar via www.onderzoeksbureaudejong.nl en bij verschillende boekhandels in Tilburg en omgeving.
Op donderdag 5 november wordt het boek gepresenteerd in Regionaal Archief Tilburg, gevestigd in de voormalige BeKa-fabriek.